De respons was groot, zowel van
Nederlandstaligen als Franstaligen, het merendeel allochtonen met een
Marokkaanse achtergrond. Dat verbaasde ons niet echt, want stage lopen bij een
reclamebureau is nog steeds "cool". Wat ons daarentegen wel met
verstomming sloeg, was het niveau van de kandidaten. Nooit heb ik zo veel
enthousiaste, uiterst gemotiveerde, veeltalige kandidaten voor een job (laat
staan voor een stage) geïnterviewd. Daar waren studenten bij, maar ook oudere
personen met meerdere diploma's en competenties. Daar waren ook personen bij
die qua expertise en ervaring met bepaalde onderdelen van interculturele
communicatie verder stonden dan wijzelf.
Ik vond het gênant om velen onder hen niet
meteen een vaste baan te kunnen aanbieden. Want dat verdienden ze wel, op grond
van objectieve criteria. Het deed me ook eens te meer inzien dat er iets
fundamenteel scheef zit op onze arbeidsmarkt. Ik zou dan ook willen zeggen:
Vlaamse bedrijven, word wakker! Niet discrimineren is één ding, het Olympisch
minimum. Maar durf verder te gaan, en ontdek de manifeste voordelen van het
aanwerven van personen met een andere etnisch-culturele achtergrond!
Redenen te over. 1) Hun extra gemotiveerdheid
en ambitie, bijvoorbeeld. Zo kiezen vele Turkse Belgen aan de Universiteit van
Hasselt (een klant van ons bedrijf) systematisch voor de meest
"prestigieuze" studierichtingen. 2) Hun insidekennis van en voeling
met een steeds groter wordend deel van onze bevolking. Volgens socioloog Jan Hertogen
(Le Soir 17 november) telt België momenteel 623.000 moslims, om maar één groep
te noemen. 3) Hun veeltaligheid: naast Nederlands kennen ze vaak ook feilloos
Frans, Arabisch, Turks, enz. 4) Hun (soms) andere kijk op de dingen. Waarom
zijn topbedrijven als Google, IBM, Ikea, enz. zo veelkleurig? Omdat de botsing
van verschillende achtergronden creativiteit en innovatie stimuleert.
De recente campagne van Jobkanaal
"Diversiteit op de werkvloer werkt" is een mooi
sensibiliseringsinitiatief. Maar het zal vooral de reeds overtuigde
bedrijfsleiders aanspreken, vrezen we. Meer is nodig. Persoonlijk vinden wij
het perspectief van Karel Van Eetvelt en Peter Leyman in De Standaard van 16
november beter. Zij wijzen op het eigenbelang van niet-discriminatie. En
eigenbelang is - of je het nu wil of niet - in het bedrijfsleven een betere
drijfveer dan warme gevoelens voor de medemens. Ons bedrijf doet ook niet aan
etnomarketing om de wereld te verbeteren, maar om onszelf te verbeteren. Deze
banalisering van niet-discriminatie is volgens ons op het terrein doeltreffender
dan het moraliserende en vaak miserabilistische discours van menig
wereldverbeteraar. Allochtonen (sorry voor dit on-woord) willen niet geholpen
of geprivilegieerd worden, maar gerespecteerd in hun objectieve waarde.
Wat houdt bedrijvenkoepels als Agoria, VBO,
Voka, Unizo, Verso, VKW, de Kamers van Koophandel, enz. tegen om resoluut en
onverbloemd hun lidbedrijven te wijzen op het onontgonnen zwarte goud dat op de
arbeidsmarkt zomaar voor het oprapen ligt? Om hen te wijzen op de objectieve
meerwaarden van werknemers met een andere etnisch-culturele achtergrond? Er
moet hierover niet zozeer gesensibiliseerd worden, maar geïnformeerd. Met
kennis van zaken. Want communiceren met allochtone doelgroepen is complex, maar
communiceren over allochtonen met autochtone doelgroepen is dat evenzeer. Ook
dat is etnomarketing.
Wat doen de bedrijvenkoepels overigens actief
naar allochtone doelgroepen? Weten zij waar ze ze kunnen bereiken, via welke
specifieke kanalen? En hoe ze ze moeten aanspreken (als dat al afwijkt van de
norm)? Er zijn momenteel duizenden informatici en andere technologische
profielen tekort in de industrie. Waarom verleiden we jonge studenten niet
massaal, onder meer via een aantal etnische media, om te kiezen voor een
technologische opleiding? Gastarbeiders hebben onze industrie vorige eeuw al
eens gered; misschien moeten hun Belgische nakomelingen vandaag maar weer
hetzelfde doen?
Kortom, als etnomarketingbureau zien wij
zoveel mogelijkheden om uit de impasse te geraken, door op een volwassen,
taboeloze, niet-ideologische en vakkundige manier met en over allochtonen te
communiceren. Door allochtonen als volwaardige participanten aan het
consumptie- en productieproces te behandelen. De 2.300.000 allochtonen in ons
land vormen anno 2010 niet alleen een commercieel interessante
consumentengroep, maar zijn tegelijk een onontgonnen kweekvijver van talent,
ambitie, talenkennis en etno-expertise voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Wie dat
niet ziet, is ... kleurenblind.
Patrick
De Win
Directeur van het reclamebureau Shortcut dat
medio 2010 een etnomarketingafdeling heeft opgericht.